Roemenië 2004


In augustus 2004 deed Art for All een project met straatkinderen in Boekarest.Read More

Werken met straatkinderen in Boekarest
Je zal als kind maar ongewenst ter wereld komen! Ongewenst door armoede of door gebrek aan mogelijkheden tot geboortebeperking. Zo zijn er duizenden van deze kinderen in Boekarest die op straat terecht komen. Hulporganisaties proberen in samenwerking met de overheid deze kinderen onder te brengen in gezinnen en kindertehuizen. Wat doet het je als je niet gewenst bent?

Art for All heeft in de eerste twee weken van augustus met deze kinderen gewerkt. Dit keer gingen Jet, Erik, Jaap, Bart, Joke, Wil en Valerie op reis. Lees het verslag van Wil van der Weele. We hadden ons goed voorbereid, maar iedere reis is weer totaal anders. Ons team van 7 Nederlanders zwelt in Boekarest aan tot 13 mensen. We werken samen met Roemenen. Natuurlijk zijn zij nodig voor de vertaling, maar nog belangrijker is dat zij ons werk kunnen overnemen, zodat het een blijvend karakter krijgt.

We slapen in een kleuterschool. Kleuterwc’tjes, kleuterstoeltjes en… kleuterbedjes. Ik voelde me net Goldilocks die in het bedje van babybeer moest! Matrasjes van 1,20 m lang en 60 cm breed. Tja… We hebben alles als een puzzel aan elkaar gelegd en zo de eerste drie nachten geslapen. Na enig aandringen kregen we echte matrassen. Wat een weldaad! Ons werkterrein is in het Sint Catharina complex. Het lijkt op een groot klooster. Allerlei hulporganisaties hebben er onderdak. Ook gehandicapte kinderen, tiener moeders met baby’s en weeskinderen die nog op een pleeggezin wachten. Veelal zijn het kinderen die ooit te vondeling zijn gelegd.

Wij mogen de tuin gebruiken met drie partytenten, een afdak van gebroken glas en de asfaltpaden. Wel even wennen. Wat doen we als het regent? Na enig heen en weer gepraat kunnen we enkele tafels krijgen, nodig voor figuurzagen. De rest van ons werkt op de grond. Goede training gehad in Oeganda. Een personenbus is het materiaallokaal. We zijn er klaar voor, laat de kinderen maar komen. We hebben nu een hele week dezelfde kinderen en dat is maar goed ook. Straat- en weeskinderen is een ander verhaal dan het platteland. Met deze kinderen kun je niet teveel wisselen.

Wat een chaos: slecht luisteren, meppen, herrie, wiebelen en krengen. Voor ons gevoel kwam er niet veel van de grond. Oudere jongens vernielden soms het werk van de jongeren. Toch doorzetten, evalueren en het programma aanpassen. Al gauw ging het beter, omdat ze elke dag kwamen kregen we een band met hen. Veel zwak begaafde kinderen waren erbij. Ik schrok me wild toen zo’n jongetje keihard begon te gillen. Hij strooide glittertjes op natte verf. Hij was door het dolle heen en kon zich niet anders uiten. Een klein meisje maakte een groen rondje met oogjes en een mond. Ik vroeg wat het was. “Kijk die boom daar. Hij lacht naar mij.” Ik was ontroerd.

“Ik ken deze kinderen. Ik zie ze dingen doen wat ons nog niet gelukt is.”, was het commentaar van de hoofdpsychologe van het district, die even langs kwam.

Trackback van jouw site.

Laat een reactie achter