Oeganda 2004


In februari 2004 ging Art for All naar Oeganda.

Schilderen met ex-kindsoldaten
Op de grond, bedekt met rood stof, zitten we op onze knieën temidden van meer dan 100 kinderen. ”Ga je gang, schilder het huis van je dromen, Nee niet priegelen. Grote hutten, flinke kleuren.” Moeilijk als je nog nooit verf en kwasten hebt gezien, laat staan gebruikt. Na een half uurtje komen ze los. En wat schilderen ze? Geweren, kogels, poppetjes in uniform, vuur en vluchtende mensen.

Zo begon het. Maar de volgende dag verschenen er hutten, vogels en etende mensen op het doek. De schilderstukken werden uitbundig en de kleuren helder. Elke middag, wanneer we de schilderstukken in de grote tent hingen, kwamen de kinderen weer binnen om naar hun werk te kijken. Ze straalden van trots. Feest was het, tijdens ons bezoek aan Gulu, Noord-Oeganda. De kinderen rolden op de grond van het lachen om Bart en gaven hem de naam “Lapoya”, wat zoiets als dwaas betekent. Wim deed spelletjes met de jongens. Het hielp hen om samen te werken en op elkaar te vertrouwen.

Ook deze reis was niet zonder uitdagingen. De container met schildermateriaal die we vooraf naar Kampala hadden gestuurd mocht niet geopend worden omdat de formaliteiten niet waren afgerond. Alle contacten en ideeen zijn uit de kast gehaald zonder resultaat. Uiteindelijk dus maar met “uncle Steven” langs de straten van Kampala shoppen voor verf en papier! “leuke” kleine potjes verf gevonden…1 lik en dan is je potje leeg….Maar met poederverf die we met behangplak konden aanmaken kwamen we een heel eind. Gelukkig hadden we kwasten in de handbagage. Toen papier. Dat lukte goed. Grote vellen en 30 meter katoen. Wim droeg dat als een echte Afrikaan op het hoofd naar de taxi en zo hadden we toch het een en ander bij elkaar. Het is iets anders dan je je hebt voorgesteld thuis en met veel zorg hebt voorbereid maar het voelt wel avontuurlijk.

Opvangcentrum van World Vision
Het Noorden van Oeganda wordt voortdurend bestookt door het “LRA” (Lord Resistance Army), zoals het rebellenleger zich noemt. Deze groep heeft naar schatting van het Unicef meer dan 20.000 kinderen ontvoerd en gerekruteerd. Onder de dreiging van geweren worden ze van de schoot van hun moeder gerukt, uit scholen gehaald, uit de tuinen meegenomen, geslagen en gedwongen worden te kijken naar moorden of er aan deel te nemen.Lang zullen de gevolgen van de terreur hen achtervolgen. Velen sterven onderweg door honger en dorst. Wie toegeeft moe te zijn mag ter plaatse “rusten”, maar dan wel voor eeuwig…

Gelukkig lukt het veel kinderen te ontvluchten. Hiervan zijn 8.400 kinderen inmiddels door het begeleidingsprogramma van World Vision gegaan. Als nieuwe kinderen binnen komen krijgen ze een teil met nieuwe kleren, zeep, een deken en slippers. Hun eerste eigen bezit. De eerste stap naar eigenwaarde. De staf van “World Vison” bestaat voor een deel uit moeders die zelf kinderen aan het weerstandsleger verloren hebben. De staf wordt begeleid door Liesbeth Speelman, een Nederlandse psychologe in dienst van World Vision. Zij leven met de getraumatiseerde kinderen mee en geven hen veiligheid. Gemiddeld blijft een kind drie maanden in het opvangcentrum waarna het indien mogelijk terugkeert naar de familie of het dorp van herkomst.

Wiegelied voor nightcommuters
In het noorden van Oeganda is het zo onveilig dat duizenden kinderen niet thuis durven slapen. Van rondom Gulu stromen 15 tot 20.000 kinderen iedere avond de stad binnen. Op blote voeten, bedekt met rood stof op weg naar een slaapplaats in één van de vijf shelters. Sommigen hebben één kilometer gelopen, anderen tien. De volgende morgen rond zeven uur gaan ze weer terug. Een Oegandese musicus Steven Ogwang maakte voor deze kinderen een lied: “Gulu will shine again”. Het werd overal gezongen, op straat en op de radio:

“Many times of darkness, many times of sorrow,
but joy will come in the morning.
The light outshining the darkness.
Gods mercies are new every morning
and GULU will shine again!
Do not fear for I am with you!”

Download het lied

Slotfeest
Intussen begonnen we met het aanleren van het lied voor Gulu aan de kinderen. Op de radio was het iedere dag te horen en er werd aangekondigd dat er op 14 februari een groot kinderfeest zou zijn met Art for All. Negen andere ontwikkelingsorganisaties wilden met World Vision meewerken aan het eindfeest. Dat was nog niet eerder gebeurd! SOS kinderdorpen, Save the children, Gusco, Amnesty Commision en CPA: ze waren allemaal van partij!Art for All had één grote wens: Niet belangrijke autoriteiten die speeches houden maar de kinderen van verschillende organisaties. En dat gebeurde! Met ongeveer 2000 kinderen liepen we door de stad. Een kleurige bonte stoet opgetuigd met zelfgeschilderde kronen, vlaggen, huizen, auto’s, koeien en nog veel meer. De kinderen droegen twee doeken met zich mee van elk 15 meter lang. Het dorp van je dromen, zonder oorlog. Aan het eind werd er op een groot veld opgetreden door verschillende dansgroepen. Wat dansten de weeskinderen uit het SOS dorp! Wat een spektakel was het vaandelzwaaien van Wim en zijn groep en de pyramides die de acrobatengroep met elkaar bouwden. Zouden ze het halen? De gedichten en de speeches van de kinderen, hun gebeden om goede leiders en het zingen van het lied, “Vrees niet want Ik ben met je”. Aan het eind was de menigde uitgegroeid tot 4000 mensen.

Als we ’s avonds afscheid nemen van de kinderen komt een lange knul naar ons toe, Alex. Hij kijkt naar de punt van zijn tenen en zegt tegen één van ons: “I want you to be my mother”. “Alex, wat is er met jouw moeder gebeurd? “ “Ik was haar enig kind. Ik wilde een hut voor haar bouwen. Ze is dood en het dorp is door de rebellen verbrand. Waar moet ik naar toe?” Je kunt je bijna niet voorstellen dat deze kinderen moordenaars zijn en anderen gemarteld hebben, hoewel …. Veel kinderen hebben oude ogen. Ogen die zeggen: “Je hebt geen idee van wat ik heb meegemaakt”. Sommige kinderen kunnen zich niet aansluiten. Daar druipt de eenzaamheid vanaf. Ze hebben verschrikkelijke littekens op de armen en benen.

Voor de meeste kindsoldaten geldt dat de soldaat wegvalt en het kind blijft. Ze worden op den duur toch weer echt kind. Nu maar hopen dat hun familie en omgeving dat ook geloven. Veel kinderen kunnen niet terug omdat ze hun moeder, broertjes en zusjes moesten vermoorden. Anderen hebben geen thuis meer omdat hun achterban is uitgemoord en het dorp verbrand. Sommige kindjes waren nog zo jong dat ze niet meer weten waar ze vandaan komen.

Waarom schilderen en feest vieren? Ex soldaatkinderen zijn getraumatiseerd. Ze worden achtervolgd door de gruwelen van het verleden. Creatief bezig zijn helpt hen om een muur te bouwen tussen het vreselijke verleden en een hoopvolle toekomst. Een paar kinderen na afloop :: ‘Ik heb leren schilderen. Ik dacht niet in kleur. Voor mij was alles zwart of wit. Wat een kans. Nu kan ik iets mooi maken.’ ‘Ik heb zo lang geen pen vast gehad. Hoe moet dat ook al weer? Het proberen en toen mocht ik er ook nog mee fantaseren.’ ‘Deze week kreeg ik opeens de gedachte dat ik misschien toch een talentje heb!’ ‘In het oerwoud gevangen kan je niet aan zoiets denken. Opeens zie ik een beter leven voor me.’ ‘De kleuren zijn zo helder. Het ziet er zo mooi uit.’ ‘Als ik het doe, voel ik mij zo goed.’

Televisieuitzending
De EO heeft van het schilderproject in Oeganda een documentaire gemaakt. Dit wordt uitgezonden in het programma:”’t Zal je maar gebeuren” op dinsdag 7 september om 23:00.

Trackback van jouw site.

Laat een reactie achter